Parlementaire Enquete Woningcorporaties

 

Parlementaire Enquete Woningcorporaties

 

Grote fraude en misstanden onder de loep van de Kamer

Wilma van Meteren − 02/06/14, 09:00 Trouw
© anp. Het kantoorgebouw van woningcorporatie Vestia in Den Haag.

De openbare verhoren van de parlementaire enquête woningcorporaties beginnen deze week. Het parlement onderzoekt waarom het bij zoveel volkshuisvesters misging, en hoe het corporatiestelsel kan worden verbeterd. Wie komen, in het volle licht van de camera’s, onder het vergrootglas te liggen? En wat hopen de verschillende partijen dat de uitkomst is? Een overzicht.

  • De misstanden bij de zes corporaties die naast Vestia zijn gekozen, variëren van fraude, zelfverrijking, financieel wanbeheer, te ambitieuze projecten tot risicovolle beleggingen

Het cruiseschip SS Rotterdam, het fiasco van de Rotterdamse woningcorporatie Woonbron, zal weer langskomen. En de zonnekoningen zullen opnieuw in de schijnwerpers staan. Zoals oud-topman Möllenkamp van Rochdale, die op kosten van de baas een Maserati reed en zich op een personeelsfeest uit een helikopter liet zakken. En natuurlijk voormalig Vestia-topman Erik Staal, die met zijn derivatenavontuur bijna de hele corporatiesector mee de afgrond in sleurde.

Het debacle bij Nederlands grootste volkshuisvester is de directe aanleiding voor de parlementaire enquête woningcorporaties die deze week begint met openbare verhoren onder ede. “Het zwaarste controle-instrument dat de Tweede Kamer heeft”, benadrukte voorzitter Roland van Vliet (vertrokken uit de PVV) vorige week.

Intern onderzoek
De afgelopen tijd heeft de enquêtecommissie achter de schermen al ‘voorgesprekken’ met betrokkenen gevoerd, een robbertje gevochten om alle gewenste informatie te krijgen, en zich maandenlang geworsteld door een berg documenten. Zo moest het ministerie van wonen een aparte ruimte inrichten om een grote hoeveelheid oude, niet-gedigitaliseerde bestanden te scannen voor de commissie. Tot de rechter aan toe is gestreden om informatie over een intern onderzoek bij Rochdale over de kwaliteit van het toezicht.

Het onderzoek naar het functioneren van het héle corporatiestelsel en de politieke besluitvorming bestrijkt grofweg de afgelopen twintig jaar, de periode na de verzelfstandiging van de corporaties in 1995. Tientallen volkshuisvesters zijn sindsdien in verschillende gradaties uit de bocht gevlogen, maar de enquêtecommissie beperkt zich tot zeven grote affaires. De misstanden bij de zes corporaties die naast Vestia zijn gekozen, variëren van fraude, zelfverrijking, financieel wanbeheer, te ambitieuze projecten tot risicovolle beleggingen. Ze leverden miljoenenverliezen op. “We kiezen voor een steekproef onder zware incidenten”, lichtte Van Vliet toe. Daarnaast voelt zijn zeskoppige commissie politiek verantwoordelijken aan de tand, te beginnen met oud-staatssecretaris Tommel, komende woensdag.

Kopstukken
In deze slotfase zal de commissie wel klippen op haar pad vinden. Zo lijkt minister Blok (wonen) met zijn wijzigingen in de Woningwet, die diep ingrijpen in het corporatiestelsel, niet te willen wachten tot de enquête is afgerond. Het eindrapport wordt in het najaar verwacht. De conclusies van de commissie voor het toekomstig beleid kunnen zo weleens voor de kat z’n viool zijn.

Ook zal het Openbaar Ministerie, dat een aantal zaken heeft lopen tegen corporatiekopstukken die de enquêtecommissie wil verhoren, er niet van gediend zijn dat het gras voor de voeten wordt weggemaaid. En zullen die kopstukken verwikkeld in juridische procedures wel het achterste van hun tong laten zien? Alleen bij hoge uitzondering kunnen ze zwijgen, reageert Van Vliet zelfverzekerd. “De mogelijkheden voor verschoning zijn vrij beperkt.”

Wie hun opwachting maken in de komende anderhalve maand, maakt de commissie per week bekend. De sector zelf kijkt uit naar het optreden van oud-topman Erik Staal, die zichzelf en Vestia tot grote hoogte bracht, maar daarna samen met zijn rechterhand Marcel de V. (verdacht van omkoping) Nederlands trotse volkshuisvester vergokte. De commissie wilde niet bevestigen dat hij is opgeroepen.

  • © ANP. Voorzitter Roland van Vliet tijdens een persbijeenkomst van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties.
  • Corporaties gingen zich gedragen als vrije bedrijven met bazen die zich ondernemers voelden

Hoogleraar Boelhouwer: Geen doodvonnis uitspreken
Een belangrijke conclusie van de parlementaire enquête zou moeten zijn: zorg voor een onafhankelijke externe toezichthouder. Een luis, zo beschrijft de Delftse hoogleraar Peter Boelhouwer, die net als de AFM bij banken en verzekeraars in de pels van woningcorporaties kruipt.

Boelhouwer steunt de corporaties en hun toezichthouders in hun roep om die controle niet over te laten aan het ministerie van wonen en aan de grillen van de politiek. Die kant lijkt het nu wel op te gaan. Van de hoogleraar, die de volkshuisvesting ook van binnenuit kent als toezichthouder bij De Goede Woning en als adviseur bij tal van organisaties, mag de rol van overheid en politiek in het parlementair onderzoek niet ontbreken. Want ook zij hebben steken laten vallen en gretig gedeeld in de rijkdom van corporaties.

“De overheid heeft aangedrongen op het oprekken van het takenpakket naar zorg, leefbaarheid, en welzijn. Er was vervlechting met beleid en politieke druk om te produceren, te bouwen. Dat vergt heel veel geld en brengt risico’s.”

Niet zo gek, vindt hij, dat het op bepaalde plekken ontspoorde. “Net als bij de provincie Zuid-Holland in de Ceteco-affaire, die met 2 miljard gulden aan overheidsgeld aan het bankieren sloeg.”

Het is ook de politiek die koos voor de verzelfstandiging van corporaties en hen bewust op afstand zette, benadrukt hij. “Ze is wispelturig met de sector omgesprongen. Bewindslieden op volkshuisvesting zaten er te kort om de sector te leren kennen. Het toezicht was niet goed uitgewerkt, diffuus. Er werd te veel vrijheid gegeven en vooral vertrouwd op zelfregulering.”

Corporaties gingen zich gedragen als vrije bedrijven met bazen die zich ondernemers voelden. “Niemand die bij de verzelfstandiging vermoedde dat ze zo rijk zouden worden omdat hun bezit almaar meer waard werd. Er ontstond een sfeertje van grote auto’s, ze hadden wat te besteden. Dan moet je wel sterk zijn om daar tegenin te gaan”, schetst Boelhouwer de tijdgeest. “Achteraf moet je concluderen dat je in zo’n belangrijke maatschappelijke sector extra voorzichtig moet zijn.”

Hij hoopt dat met de enquête schoon schip wordt gemaakt. “De sector heeft ons ook veel goeds gebracht, laten we er geen doodvonnis over uitspreken.”